ECLI:NL:RBZWB:2025:4202
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag IB/PVV 2021 inzake persoonsgebonden aftrek zorgkosten en vertrouwensbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2021, met name over de persoonsgebonden aftrek voor specifieke zorgkosten en de toepassing van het vertrouwensbeginsel. De inspecteur had de aftrekposten grotendeels afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitgaven voor farmaceutische hulpmiddelen op medisch voorschrift zijn gedaan en dat de vervoerskosten niet voldoende zijn onderbouwd om boven het normale bestedingspatroon van een vergelijkbare persoon uit te stijgen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de situatie van belanghebbende in 2021 verschilde van die van zijn dochter in 2018 en de gebruikte berekeningsmethodiek niet overeenkwam.
Ook de berekende belastingrente werd als correct beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de aanslag in stand blijft en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2021 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.