ECLI:NL:RBZWB:2025:4204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2023 en toepassing arbeidskorting ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2023, waarbij de inspecteur de aanslag had opgelegd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 28.868 en belastingrente van € 48 in rekening bracht.
De rechtbank beoordeelde of de aanslag en belastingrente correct waren vastgesteld. Belanghebbende ontving in 2023 een ziektewetuitkering en een werkloosheidsuitkering van het UWV. De inspecteur paste bij de aanslag alleen de algemene heffingskorting toe, niet de arbeidskorting, omdat de ziektewetuitkering niet als arbeidsinkomen werd beschouwd.
De rechtbank toetste dit aan de relevante bepalingen van de Wet inkomstenbelasting 2001 en het Burgerlijk Wetboek. Uit de gegevens bleek dat de ziektewetuitkering betrekking had op een periode zonder dienstbetrekking, wat sinds 2020 vereist is voor kwalificatie als arbeidsinkomen. Belanghebbende kon dit niet aannemelijk maken. Daarom was er geen recht op arbeidskorting.
Belanghebbende voerde geen zelfstandige gronden aan tegen de belastingrente. De rechtbank concludeerde dat de aanslag en belastingrente correct waren opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2023 en belastingrentebeschikking is ongegrond verklaard.