ECLI:NL:RBZWB:2025:423
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- R. Broeders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens misverstand
Verzoeksters hadden beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 27 september 2024. Zij trokken hun verzoek om een voorlopige voorziening in, omdat zij meenden dat de minister had toegezegd de werking van het besluit op te schorten totdat op het beroep was beslist.
De minister ontkende deze toezegging en gaf aan dat hij de documenten niet zou terughouden. Verzoeksters gaven aan dat hun intrekking op een misverstand berustte en verzochten de intrekking ongedaan te maken of hun brief als een nieuw verzoek te beschouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een intrekking niet ongedaan kan worden gemaakt, maar dat de brief als nieuw verzoek moest worden behandeld. Na beoordeling concludeerde de rechter dat de minister niet was tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, omdat hij geen voorlopige opschorting had toegezegd. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat de minister niet is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.