Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 4 juli 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, voormalig orderpicker, viel uit op 3 februari 2020 vanwege hart- en longklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van 15,28%, maar na bezwaar werd dit bij herbeoordeling verhoogd naar 47,84% met ingang van 31 januari 2022.
De rechtbank beoordeelde of de medische beperkingen en de daaraan gekoppelde functionele mogelijkheden van eiseres juist waren vastgesteld. Uit medische rapporten van verzekeringsartsen en specialisten blijkt dat eiseres diverse aandoeningen heeft, waaronder stabiele hartproblemen, COPD klasse II, en degeneratieve rugafwijkingen, welke leiden tot beperkingen in fysieke belastbaarheid, maar geen volledige arbeidsongeschiktheid.
Eiseres voerde aan dat haar beperkingen groter zijn en dat zij volledig arbeidsongeschikt zou zijn, mede ondersteund door latere medische documenten en een WMO-ondersteuningsplan. De rechtbank oordeelde echter dat deze informatie na de datum in geding ligt en dat de verzekeringsarts b&b zorgvuldig en volledig heeft gehandeld volgens de geldende criteria.
De arbeidsdeskundige stelde geschikte functies vast die aansluiten bij de functionele mogelijkheden van eiseres. De rechtbank vond geen aanleiding om de geschiktheid van deze functies te betwijfelen, ook niet vanwege de diabetes van eiseres en haar afhankelijkheid van een deeltaxi-pas.
De berekende mate van arbeidsongeschiktheid van 47,84% werd niet betwist op grond van de gehanteerde functies en inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de arbeidsongeschiktheid op 47,84%.