ECLI:NL:RBZWB:2025:4249

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
24/5822
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige besluitvorming na ingebrekestelling op Woo-verzoek

Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn Woo-verzoek van 27 mei 2024, gericht op het voorkomen van zijn onderneming. Volgens eiser heeft de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn beslist, waardoor hij een beroep instelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De rechtbank stelt vast dat eiser op 6 augustus 2024 een ingebrekestelling heeft gestuurd aan de staatssecretaris, waarin hij verzocht binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Vervolgens heeft de staatssecretaris bij besluit van 8 augustus 2024 binnen die termijn alsnog een besluit genomen.

Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk, omdat de wettelijke voorwaarden voor het instellen van beroep niet zijn vervuld. De rechtbank kan geen beslistermijn opleggen en de staatssecretaris is niet gehouden tot betaling van een dwangsom. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 7 juli 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris binnen de termijn na ingebrekestelling alsnog een besluit heeft genomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5822

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats] , eiser
en

de staatssecretaris van Financiën, de staatssecretaris.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn Woo-verzoek van 27 mei 2024. Dit verzoek ziet op het voorkomen van zijn [onderneming].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Eiser heeft op 6 augustus 2024 een ingebrekestelling gestuurd. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris, na ontvangst van de ingebrekestelling, bij besluit van 8 augustus 2024 alsnog binnen twee weken heeft beslist.
3.1.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank kan geen beslistermijn opleggen en de staatssecretaris hoeft daarom geen dwangsom aan eiser te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 7 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.