ECLI:NL:RBZWB:2025:4251
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit staatssecretaris
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris op zijn bezwaarschrift van 18 november 2024. Nadat de staatssecretaris op 28 april 2025 alsnog een beslissing nam, trok verzoeker zijn beroep in. Verzoeker vroeg vervolgens om een proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat hoewel de staatssecretaris aan verzoeker tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen, er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Dit omdat het beroepschrift niet door een derde met beroepsmatige rechtsbijstand was ingediend en er geen proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af als kennelijk ongegrond. Wel wees de rechtbank erop dat de staatssecretaris verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van €194,- te vergoeden. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot de staatssecretaris te wenden.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, wel vergoeding van griffierecht.