ECLI:NL:RBZWB:2025:4268
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en belastingrente over Duitse pensioeninkomsten 2019 en 2020
Belanghebbende, gepensioneerd sinds 2014 en wonend in Nederland, ontving pensioen uit Duitsland en Nederland. Voor de jaren 2019 en 2020 deed hij aangifte IB/PVV waarbij hij het Duitse pensioen netto vermeldde. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op waarbij het Duitse pensioen bruto werd meegenomen met een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de Belastingdienst een inspanningsverplichting had om in Duitsland betaalde sociale verzekeringspremies terug te vorderen en dat de belastingrente onterecht was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aan zijn inspanningsverplichting had voldaan door gegevensuitwisseling met Duitsland en dat de belastingrente terecht was berekend vanwege onjuiste aangiften van belanghebbende.
Verder werden klachten over vermeende misstanden binnen de Belastingdienst niet relevant geacht voor de rechtmatigheid van de aanslagen. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van een verzoek om schadevergoeding en wees dit af. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor de aanslagen en belastingrente in stand blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen en belastingrente over 2019 en 2020 worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.