Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor rechts inhalen op de Rijksweg A16 te Breda op 14 juni 2022. Betrokkene stelde dat hij niet rechts had ingehaald, maar de rechter oordeelde dat de gedraging wel was verricht.
De verbalisant kon de bestuurder niet staande houden vanwege hoge snelheid en gevaarzetting, en reed met een privévoertuig zonder stopbord, waardoor staandehouding niet mogelijk was. Daarom mocht de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
De procedure duurde bij officier van justitie en kantonrechter samen bijna een jaar langer dan de redelijke termijn van twee jaar, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter wijzigde de beslissing van de officier van justitie, matigde de boete tot € 187,50 plus administratiekosten, en veroordeelde de officier tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.