ECLI:NL:RBZWB:2025:4309

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 juni 2025
Publicatiedatum
9 juli 2025
Zaaknummer
11322536 MB VERZ 24-1296
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens doorrijden bij rood licht met matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Emerparklaan te Breda op 23 februari 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij onder meer werd aangevoerd dat de verbalisant niet te voet was en dat de hoorplicht was geschonden.

De kantonrechter oordeelde dat de hoorplicht inderdaad was geschonden omdat betrokkene en zijn gemachtigde niet waren gehoord, terwijl de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien niet waren vervuld. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. De kantonrechter beoordeelde vervolgens inhoudelijk dat de overtreding wel had plaatsgevonden zoals vastgesteld door de verbalisant.

Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden met drie maanden, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete met 25%. De boete werd daarom verminderd tot € 187,50 plus administratiekosten. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van € 266,75 aan betrokkene.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% vanwege overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11322536 \ MB VERZ 24-1296
CJIB-nummer: 2062 5422 5600 9441
uitspraakdatum: 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Emerparklaan te Breda op 23 februari 2023 om 17:47 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de verbalisant niet te voet was maar in een politievoertuig zat op de kruising. Er was geen sprake van een eenmanscontrole. De verbalisant had zijn collega’s aan moeten sturen om betrokkene staande te houden. Betrokkene heeft geen verbalisant te voet gezien. Voorts wordt aangevoerd dat de hoorplicht is geschonden. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het ter zitting overhandigde aanvullend proces-verbaal blijkt dat de verbalisant te voet was en de overtreding ter plaatse zag toen hij zelf voor het verkeerslicht aan het wachten was. Op de pleeglocatie is geen oversteekplaats, maar enkel een verkeerslicht voor (brom)fietsers en overig gemotoriseerd verkeer. De kruising betreft een T-kruising. Omdat de verbalisant geen opvallend dienstvoertuig of andere geüniformeerde collega’s heeft waargenomen, is de boete volgens de zittingsvertegenwoordiger terecht aan de kentekenhouder opgelegd. Betrokkene is inderdaad niet gehoord, maar in plaats daarvan is een schriftelijke ronde aangeboden.

Overwegingen

Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, via een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Dat aan de gemachtigde de mogelijkheid is geboden van een extra schriftelijke ronde, in plaats van een (telefonische) hoorzitting, maakt dat niet anders.
Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is om die reden gegrond.
De kantonrechter zal vervolgens de inleidende beschikking inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt voldoende op welke wijze de gedraging heeft plaatsgevonden en dat geen reële mogelijkheid bestond tot staandehouding.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in de schending van de hoorplicht geen aanleiding om de boete te matigen met 25% nu de mogelijkheid van een schriftelijke ronde ruimschoots vóór 1 oktober 2023 is geboden en daarom op dat moment nog geen sprake was van een structurele schending van die hoorplicht. Dat de beslissing op het administratief beroep van kort na 1 oktober 2023 dateert, maakt dit niet anders.
Overschrijding van de redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 4 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met drie maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 62,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 266,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: