Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Emerparklaan te Breda op 23 februari 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij onder meer werd aangevoerd dat de verbalisant niet te voet was en dat de hoorplicht was geschonden.
De kantonrechter oordeelde dat de hoorplicht inderdaad was geschonden omdat betrokkene en zijn gemachtigde niet waren gehoord, terwijl de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien niet waren vervuld. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. De kantonrechter beoordeelde vervolgens inhoudelijk dat de overtreding wel had plaatsgevonden zoals vastgesteld door de verbalisant.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden met drie maanden, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete met 25%. De boete werd daarom verminderd tot € 187,50 plus administratiekosten. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van € 266,75 aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% vanwege overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.