Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor parkeren op een parkeergelegenheid op een wijze die niet overeenkomt met de aanduiding op het bord, vastgesteld op 1 juni 2023 om 21:29 uur. Betrokkene stelde dat de boete aan de verkeerde persoon was opgelegd omdat het voertuig was verhuurd aan een derde ten tijde van de overtreding. De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd, omdat de huurovereenkomst eindigde vóór de overtreding.
De rechtbank constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, aangezien de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Op grond hiervan wordt de boete met 25% gematigd. Tevens wordt het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald.
Daarnaast kent de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene, berekend op basis van de kosten van de kantonrechterfase en de mate van matiging. De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en de boete wordt vastgesteld op € 82,50 plus administratiekosten. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden vergoed.