Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 26 km per uur te hard op de Rijksweg A27 te Hank op 15 mei 2023. Hij stelde beroep in tegen de boete, waarbij hij aanvoerde dat hij de motivering en het bewijs niet had ontvangen en zich daardoor niet goed kon verweren. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 13 juni 2025 verscheen de officier van justitie, terwijl betrokkene niet aanwezig was. De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant en de kalibratietabel, voldoende bleek dat de overtreding had plaatsgevonden. De informatieplicht was niet geschonden omdat betrokkene tweemaal de relevante stukken had ontvangen en bovendien staande was gehouden.
Wel was de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de boete op 15 mei 2023 werd opgelegd en de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie gewijzigd en het teveel betaalde bedrag terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.