Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het geven van signalen op een wijze die niet was toegestaan op de Burgemeester Holtroplaan te Oosterhout op 30 november 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat de gedraging niet had plaatsgevonden. De officier van justitie verklaarde het beroep deels gegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 13 juni 2025 werd vastgesteld dat het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant niet was ontvangen, hetgeen essentieel bewijs was om de gedraging vast te stellen. De kantonrechter oordeelde dat zonder dit bewijs onvoldoende grond bestond om de boete te handhaven.
De kantonrechter vernietigde daarom de boete en de beslissing van de officier van justitie, met uitzondering van het deel over de proceskosten. Betrokkene kreeg het betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en de officier van justitie werd veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €907. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de gedraging.