ECLI:NL:RBZWB:2025:4318

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 juni 2025
Publicatiedatum
9 juli 2025
Zaaknummer
11075112 - MB VERZ 24-534
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs gedraging

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het geven van signalen op een wijze die niet was toegestaan op de Burgemeester Holtroplaan te Oosterhout op 30 november 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat de gedraging niet had plaatsgevonden. De officier van justitie verklaarde het beroep deels gegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 13 juni 2025 werd vastgesteld dat het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant niet was ontvangen, hetgeen essentieel bewijs was om de gedraging vast te stellen. De kantonrechter oordeelde dat zonder dit bewijs onvoldoende grond bestond om de boete te handhaven.

De kantonrechter vernietigde daarom de boete en de beslissing van de officier van justitie, met uitzondering van het deel over de proceskosten. Betrokkene kreeg het betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en de officier van justitie werd veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €907. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de gedraging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11075112 \ MB VERZ 24-534
CJIB-nummer : 0062 5422 5418 7229
uitspraakdatum : 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep deels gegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen mr. J. Piet. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: signalen geven in een ander geval of op andere manier dan mag op de Burgemeester Holtroplaan te Oosterhout op 30 november 2022 om 16:23 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op basis van de beschikbare gegevens kan de gedraging niet worden vastgesteld. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, omdat verzocht werd om een aanvullend proces-verbaal bij de verbalisant, maar die niet is ontvangen. De zaak is volgens de verbalisant te lang geleden.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is het ontbreken van het aanvullend proces-verbaal van belang, waardoor gezien de door gemachtigde aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende grond bestaat om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd met uitzondering van het deel dat ziet op de proceskosten. De kantonrechter wil gemachtigde immers niet in een nadeliger positie brengen dan voorheen en in deze zaak heeft de officier van justitie bij de deels gegrondverklaring een half punt toegekend voor de schriftelijke ronde, hetgeen de kantonrechter niet pleegt te doen. Om die reden laat de kantonrechter de reeds toegekende proceskostenvergoeding in stand. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Zoals hiervoor is overwogen zal de kantonrechter de proceskostenvergoeding beperken tot de fase van het beroep bij de kantonrechter. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 907,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie met uitzondering van het deel dat op de proceskosten ziet, en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: