ECLI:NL:RBZWB:2025:4322

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 juni 2025
Publicatiedatum
9 juli 2025
Zaaknummer
11526566 MB VERZ 25-195
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Nieuwe Kadijk te Breda op 10 oktober 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter, nadat het eerste beroep ongegrond werd verklaard.

Tijdens de zitting op 13 juni 2025 verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De verbalisant verklaarde dat hij in burgerkleding en met een privévoertuig reed, waardoor hij niet beschikte over middelen om de bestuurder staande te houden, zoals een stopteken. Daarom werd de boete terecht aan de kentekenhouder opgelegd.

De kantonrechter oordeelde dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden, conform vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierdoor was het opleggen van de boete aan de kentekenhouder gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11526566 \ MB VERZ 25-195
CJIB-nummer : 1062 5422 6155 0617
uitspraakdatum : 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Nieuwe Kadijk te Breda op 10 oktober 2023 om 10:42 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de verbalisant ten onrechte de bestuurder van het voertuig niet staande heeft gehouden omdat er wel een reële mogelijkheid hiervoor was. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft verklaard dat hij in burgerkleding en met een privévoertuig reed en dus niet beschikte over middelen zoals een volg- en stopteken. Daarom is volgens de zittingsvertegenwoordiger terecht op kenteken bekeurd.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat hij met een privé voertuig reed en dus niet beschikte over middelen tot staandehouding, zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen.
Gelet hierop en op vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden was er naar het oordeel van de kantonrechter geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: