Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A16 te Breda op 18 juli 2023 om 19:35 uur. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting van 13 juni 2025 verschenen noch betrokkene noch diens gemachtigde. Namens de officier van justitie verscheen een zittingsvertegenwoordiger. De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier, met name foto’s, voldoende bleek dat de gedraging had plaatsgevonden. Omdat het een eenmanscontrole betrof en de gedraging via camerasysteem was vastgesteld, was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete mocht daarom terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd.
De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het beroep werd ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.