Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
onmiddellijknadat het voertuig tot stilstand is gebracht
bij voortduringin- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 7 maart 2023 te Breda. Betrokkene voerde aan dat hij slechts kort had geparkeerd om kasten uit te laden tijdens een verhuizing, met de bus deels op de weg en alarmlichten aan. Tevens stelde hij dat het kenteken op de bekeuring niet van hem was.
De officier van justitie verzocht het beroep ongegrond te verklaren omdat laden en lossen slechts is toegestaan indien het onmiddellijk gebeurt, wat hier niet het geval was. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat gedurende vijf minuten geen laden en lossen werd waargenomen.
Hierdoor is sprake van foutief parkeren en is de boete terecht opgelegd. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor foutief parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats wordt ongegrond verklaard.