Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Oosterhoutseweg te Breda op 27 september 2023. Betrokkene stelde dat hij geen telefoon vasthield, maar een opbergzakje voor dartpijlen, en voegde een foto en het zakje zelf als bewijs toe.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die betrokkene met een mobiel apparaat in de hand zag rijden, in beginsel voldoende is om de gedraging vast te stellen. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Ook het feit dat betrokkene bij de staandehouding niet direct aangaf het zakje vast te houden, weegt mee.
De zekerheidstelling was niet volledig, maar de kantonrechter besloot het beroep toch inhoudelijk te behandelen. De boete werd niet gematigd en het beroep werd ongegrond verklaard. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.