Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 28 januari 2023 te Breda. Hij stelde dat het Openbaar Ministerie onzorgvuldig handelde door hem niet te horen, mede door problemen met adreswijziging en correspondentie.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter constateerde dat betrokkene abusievelijk niet gehoord was en dat de redelijke termijn van behandeling met vier maanden was overschreden. De gedraging stond echter vast op basis van de verklaring van de verbalisant.
De rechtbank matigde daarom de boete met 25% en beval terugbetaling van teveel betaalde zekerheid. Het verzoek om een dwangsom wegens te late beslissing werd afgewezen omdat de officier van justitie tijdig had beslist na een verlenging van de beslistermijn.
De uitspraak werd op 28 mei 2025 gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne in Breda.