Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens een verkeersboete en stelde daartegen beroep in bij de officier van justitie, die de beschikking vernietigde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de zaak onterecht als samenhangend met zeven andere zaken was aangemerkt, terwijl deze verschillende gedragingen, personen, locaties en tijdstippen betroffen.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhang tussen de zaken en dat de officier van justitie ten onrechte de zaken als samenhangend had beschouwd. Hierdoor was de proceskostenvergoeding onjuist berekend. De kantonrechter vernietigde het bestreden besluit voor zover het gebaseerd was op samenhangende zaken en kende een aangepaste proceskostenvergoeding toe.
De proceskostenvergoeding werd berekend met toepassing van verschillende wegingsfactoren voor de administratieve beroepsfase, de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie en de beroepsfase bij de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van een netto bedrag van €611,87 aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangepast en toegekend aan betrokkene.