Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij op 14 april 2023 op de Stationsstraat te Roosendaal tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. Betrokkene stelde dat hij geen mobiel apparaat vasthield, maar zijn arm langs de armleuning hield en dat naast hem een Zebra-informatieapparaat lag.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 19 juni 2025 voerde de gemachtigde aan dat de gedraging niet was verricht en dat de redelijke termijn was overschreden. De officier van justitie erkende een termijnoverschrijding en verzocht matiging van de boete met 25%, maar handhaafde de boete verder.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende vaststond dat betrokkene de gedraging had verricht, mede vanwege onduidelijkheden en het principe van duo-handhaving waardoor de verbalisant die staande hield het apparaat niet kon herkennen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.230,50 toegekend.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.