Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring op een specifieke locatie op 16 december 2023 om 15.45 uur. Betrokkene voerde in het beroepschrift aan dat hij een ontheffing had om achter zijn zaak te parkeren vanaf 15.00 uur en dat de boete daarom onterecht was. Hij voegde een foto van de ontheffing bij.
De officier van justitie stelde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 14 mei 2025. De verbalisant verklaarde dat er geen ontheffing zichtbaar was in het voertuig en dat hij voldoende gelegenheid had om dit te controleren. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is om de gedraging vast te stellen, tenzij er concrete feiten zijn die twijfel zaaien.
De kantonrechter vond de aangevoerde ontheffing onvoldoende aannemelijk om de verklaring van de verbalisant te weerleggen, mede omdat de ontheffing niet op kenteken geregistreerd stond. Er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.