Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het stilstaan op het fietspad op een specifieke locatie en tijdstip. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet had plaatsgevonden, omdat er sprake was van laden in een winkelstraat waar dit gebruikelijk is buiten openingstijden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene het beroep voortzette bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor het verrichten van de gedraging. De aangevoerde omstandigheden van betrokkene boden geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Ook werd geen aanleiding gezien om de boete te matigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de opgelegde boete gehandhaafd. De uitspraak is op 14 mei 2025 gedaan en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens stilstaan op het fietspad wordt ongegrond verklaard.