Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het gebruik van een verdrijvingsvlak op de Westerscheldetunnelweg te Hoek op 12 juli 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat er ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden terwijl dit mogelijk was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 14 mei 2025 werd namens betrokkene aangevoerd dat de verbalisant betrokkene negen minuten had gevolgd en om versterking had kunnen vragen om staande te houden. De officier van justitie stelde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, mede omdat de verbalisant met een privévoertuig reed en het niet veilig was om betrokkene staande te houden.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt. Er was geen aanleiding om aan die verklaring te twijfelen. De boete is terecht opgelegd, ook omdat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.