Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het gebruik van een verdrijvingsvlak op de Buitenhaven te Terneuzen op 12 juli 2023 om 09.11 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat hij ten onrechte niet is staande gehouden terwijl dit wel mogelijk was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, welke in zaken op grond van de Wahv in beginsel voldoende is. Betrokkene voerde geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Tevens was sprake van twee boetes voor verschillende pleeglocaties, waardoor geen schending van het ne bis in idem-beginsel is.
De rechtbank concludeerde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, omdat de verbalisant met een privévoertuig reed en het niet veilig was om betrokkene staande te houden. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.