Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden van 15 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 16 september 2023. Betrokkene stelde dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en dat daarom de boete niet aan hem opgelegd kon worden.
De kantonrechter oordeelt dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene ontkent de overtreding niet, maar heeft nagelaten een geldige huurovereenkomst te overleggen die de verhuur zou aantonen.
Volgens artikel 5 en Pro 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften moet de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd, tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd of dat hij geen eigenaar meer was. Omdat betrokkene dit niet heeft kunnen bewijzen, faalt het beroep en wordt de boete gehandhaafd.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen en verklaart het beroep ongegrond. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.