Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met 4 km/u te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 12 februari 2024. Betrokkene stelde in beroep dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en dat de huurder aansprakelijk zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene de stelling van verhuur niet met bewijs heeft onderbouwd. Volgens artikel 5 en Pro 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) moet de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd, tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd met een geldige huurovereenkomst.
Omdat betrokkene geen geldige huurovereenkomst overlegde, faalt het beroep. De rechtbank zag ook geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan op 14 mei 2025 door kantonrechter M.A.V. van Aardenne.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard omdat geen bewijs is geleverd van verhuur van het voertuig.