Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan een autoweg of autosnelweg. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De officier van justitie stelde dat de verbalisant geen stopmiddelen in het voertuig had en daarom de boete terecht aan de kentekenhouder was opgelegd. De kantonrechter oordeelde echter dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat het afzien van staandehouding zonder stopmiddelen geen gegronde reden is om de boete aan de kentekenhouder op te leggen.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.