Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 313,49bedraagt.
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd en stelde beroep in bij de officier van justitie. Deze verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe, waarbij deze zaak werd beschouwd als samenhangend met 19 andere zaken, met een wegingsfactor van 0,25.
Tegen deze beslissing stelde de gemachtigde van betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De gemachtigde voerde aan dat de zaken niet samenhangend zijn vanwege verschillende feitencomplexen, locaties en tijdstippen, en dat de toegepaste wegingsfactor te laag was. De officier van justitie betoogde dat het beroep gegrond moest worden verklaard, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin geen samenhang werd aangenomen.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhangende zaken en dat de proceskostenvergoeding daarom onjuist was toegekend. De bestreden beslissing werd vernietigd en een aangepaste proceskostenvergoeding werd vastgesteld op basis van individuele berekeningen per fase. De totale vergoeding werd vastgesteld op €766,99. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangepast en toegekend aan betrokkene.