ECLI:NL:RBZWB:2025:4468

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
10105078 MB VERZ 22-845
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArtikel 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen proceskostenvergoeding op basis van samenhangende verkeersboetes

Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd en stelde beroep in bij de officier van justitie. Deze verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe, waarbij deze zaak werd beschouwd als samenhangend met 19 andere zaken, met een wegingsfactor van 0,25.

Tegen deze beslissing stelde de gemachtigde van betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De gemachtigde voerde aan dat de zaken niet samenhangend zijn vanwege verschillende feitencomplexen, locaties en tijdstippen, en dat de toegepaste wegingsfactor te laag was. De officier van justitie betoogde dat het beroep gegrond moest worden verklaard, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin geen samenhang werd aangenomen.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhangende zaken en dat de proceskostenvergoeding daarom onjuist was toegekend. De bestreden beslissing werd vernietigd en een aangepaste proceskostenvergoeding werd vastgesteld op basis van individuele berekeningen per fase. De totale vergoeding werd vastgesteld op €766,99. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangepast en toegekend aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10105078 \ MB VERZ 22-845
CJIB-nummer : 2062 5422 3861 6942
uitspraakdatum : 29 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en bij het toekennen van de proceskostenvergoeding onderhavige zaak als samenhangend met 19 andere zaken aangemerkt en wegingsfactor 0,25 toegekend. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Appjection B.V. is [naam] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie ten onrechte beroepschriften als samenhangend heeft aangemerkt bij het vergoeden van de proceskosten.
Van een extra inspanning hoeft geen sprake te zijn bij het aanmerken van samenhangende zaken en er moet sprake zijn van nagenoeg identieke werkzaamheden. Het gaat om 20 zaken met onder andere allerlei verschillende feitencomplexen, pleeglocaties, tijdstippen. In de verweren is op de betreffende situaties ingegaan middels verweren die relevant zijn voor de betreffende situaties. Het parket CVOM wist en had kunnen weten dat het toekennen van een proceskostenvergoeding en daarbij zaken als samenhangend te beschouwen, uit de jurisprudentie blijkt dat dat geen kans van slagen heeft als er beroep hiertegen wordt ingesteld. Er dient dan ook een hoger bedrag te worden vastgesteld op grond van artikel 2 lid 3 Besluit Pro proceskosten bestuursrecht. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding en om wegingsfactor licht toe te passen in plaats van zeer licht bij het toekennen hiervan.
Ter zitting heeft gemachtigde hier geen ander verweer aan toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren nu in een andere zaak de kantonrechter heeft geoordeeld dat er geen sprake was van samenhang.
Overwegingen
De kantonrechter is met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken bij het administratief beroep. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 19 andere zaken aangenomen. Het beroep is gelet hierop gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De proceskostenvergoeding voor het administratief beroep is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 200,25 / 20 = € 10,01, zodat de nabetaling
€ 313,49bedraagt.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
€ 453,50

Er zal een totale proceskostenvergoeding van € 766,99 worden toegekend.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 766,99 (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: