Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 300,96bedraagt.
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd en stelde daartegen beroep in bij de officier van justitie. Deze verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe, waarbij de zaak als samenhangend werd aangemerkt met 17 andere zaken. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter tegen deze samenhangsaanmerking.
Tijdens de zitting op 29 april 2025 werd door gemachtigde aangevoerd dat de zaken niet samenhangend zijn vanwege verschillende feitencomplexen, locaties en tijdstippen, en dat er geen sprake is van nagenoeg identieke werkzaamheden. De officier van justitie erkende dat in een andere zaak geen samenhang werd vastgesteld.
De kantonrechter oordeelde dat sprake is van onterechte samenhangsaanmerking en vernietigde het bestreden besluit voor zover het gebaseerd was op samenhang. De proceskostenvergoeding werd aangepast en vastgesteld op €754,46, waarbij een lagere wegingsfactor werd toegepast voor de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangepast zonder samenhangsaanmerking.