ECLI:NL:RBZWB:2025:4482
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 10.133 opgelegd door de inspecteur. De discussie betrof de juiste afschrijvingsmethode, de handelsinkoopwaarde en de waardevermindering wegens schade van een Dodge Challenger.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht de forfaitaire afschrijvingstabel heeft toegepast, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gebruikte referentieauto vergelijkbaar is en dat de schade een waardevermindering rechtvaardigt. De naheffingsaanslag is daarom terecht en niet te hoog vastgesteld.
Daarnaast is vastgesteld dat de bezwaarfase langer dan de redelijke termijn van twee jaar heeft geduurd, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 2.000. Deze vergoeding wordt verdeeld tussen de inspecteur en de Staat. Ook worden proceskosten en griffierechten toegekend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst de immateriële schadevergoeding toe en veroordeelt de inspecteur en de Staat tot betaling van de vergoeding, proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 2.000 wegens termijnoverschrijding.