ECLI:NL:RBZWB:2025:4512
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar motorrijtuigenbelastingvrijstelling taxi
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de inspecteur waarin motorrijtuigenbelastingvrijstelling voor een taxi werd verleend met ingang van 19 maart 2022. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank bevestigt dat het bezwaarschrift pas op 13 januari 2023 is ontvangen, ruim na de zeswekentermijn die eindigde op 8 juli 2022.
Belanghebbende voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan de COVID-19-pandemie, een omzetdaling van meer dan 80%, het feit dat de gemachtigde in België woonde en persoonlijke omstandigheden. De rechtbank erkent de moeilijke situatie, maar oordeelt dat een termijnoverschrijding van ruim zes maanden niet verschoonbaar is en dat belanghebbende tijdig bezwaar had moeten maken, eventueel met hulp.
De rechtbank stelt vast dat de inspecteur de beschikking rechtsgeldig heeft bekendgemaakt en dat de termijn voor bezwaar is verstreken. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en het besluit op bezwaar blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is kennelijk ongegrond verklaard vanwege te late indiening.