Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar verzoek tot herbeoordeling op grond van de Wet WIA, ingediend op 2 april 2024. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn van acht weken heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 8 juli 2024 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan het nog niet uitgevoerde medisch-arbeidskundig onderzoek, gepland op 27 juni 2025, en dat een hoorzitting op 17 juni 2025 gepland staat. De rechtbank acht een termijn van tien weken redelijk om een zorgvuldige beslissing mogelijk te maken, gezien het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. Het beroep wordt verklaard gegrond en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.