Eiseres heeft op 13 juni 2024 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van een WIA-uitkering van haar ex-werknemer. Het UWV heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven beslistermijn van acht weken een besluit genomen. Na ingebrekestelling op 27 november 2024 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat het beroep kennelijk gegrond is wegens overschrijding van de beslistermijn. Het UWV heeft als reden opgegeven dat een tekort aan verzekeringsartsen leidt tot lange wachttijden, zonder concrete termijn voor besluitvorming te kunnen geven.
De rechtbank vindt een termijn van twee weken onhaalbaar en legt een redelijke termijn van vier maanden op waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV na deze termijn in gebreke blijft.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 juli 2025.