ECLI:NL:RBZWB:2025:4609
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenvergoeding parkeerbelasting bezwaar en beroep herzien door rechtbank
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar gegrond en kende een kostenvergoeding toe voor de bezwaarfase van €296, later ambtshalve verhoogd naar €310 vanwege een onjuiste puntwaarde.
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar, omdat de kostenvergoeding onjuist was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en dat het instellen van beroep wegens een omissie van de heffingsambtenaar geen misbruik van procesrecht vormt. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd voor zover deze de kostenvergoeding betreft.
De rechtbank stelde de kostenvergoeding voor de bezwaarfase opnieuw vast op €310 en kende daarnaast een proceskostenvergoeding in beroep toe van €22,68. Tevens werd het griffierecht van €51 aan belanghebbende toegekend, met wettelijke rente indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de kostenvergoeding voor de bezwaarfase, proceskostenvergoeding en griffierecht worden aan belanghebbende toegekend.