ECLI:NL:RBZWB:2025:4721
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na meningeoomoperatie
Eiseres, werkzaam als contactlensspecialistassistente, viel in 2019 uit wegens een meningeoom en onderging een operatie waarbij drie wervelbogen werden verwijderd. Na een periode van herstel en gedeeltelijke werkhervatting meldde zij zich in juni 2021 opnieuw ziek vanwege fysieke en energetische beperkingen.
Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat eiseres volgens hun beoordeling slechts voor 28,88% arbeidsongeschikt was, onder de vereiste 35%. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) voerde een uitgebreid medisch onderzoek uit, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek, en stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Eiseres voerde aan dat zij slechts negen uur per week kan werken en dat het UWV haar beperkingen onderschatte, mede op basis van rapporten van een arbo-arts en een onafhankelijke arbeidsdeskundige. De rechtbank oordeelde dat deze rapporten niet vergelijkbaar zijn met de WIA-beoordeling en dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en volledig was.
De arbeidsdeskundige van het UWV gebruikte voorbeeldfuncties om de mate van arbeidsongeschiktheid te bepalen en concludeerde dat eiseres niet geschikt was voor de maatgevende arbeid. De rechtbank vond geen aanleiding om de beoordeling van het UWV te verwerpen en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de weigering van de WIA-uitkering standhield.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WIA-uitkering geweigerd.