Belanghebbende maakte beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2016 en 2017 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. De inspecteur had de aanslagen en belastingrente na bezwaar deels verminderd. De rechtbank heeft de beroepen op 12 juni 2025 behandeld, waarbij partijen zich afgemeld hadden.
De rechtbank oordeelt dat de aanslagen en belastingrentebeschikkingen niet te hoog zijn vastgesteld. Belanghebbende ontving inkomsten uit pastoraal werk en preekbeurten. De inspecteur had de communicatie met de gemachtigde beëindigd vanwege grensoverschrijdend gedrag en stuurde de correspondentie per post. Belanghebbende ontving de uitspraken op bezwaar per e-mail.
Belanghebbende stelde dat hij de motivering niet volledig kon inzien omdat de inspecteur de motivering niet aan hem had verstrekt, maar de rechtbank verwierp dit omdat de inspecteur de stukken aan belanghebbende had toegestuurd. Ook stelde belanghebbende dat een afspraak met de inspecteur voor zijn beroepsgroep van toepassing was, maar hij kon dit niet onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast.
Ten aanzien van de belastingrente voerde belanghebbende geen zelfstandige gronden aan. De rechtbank zag geen reden om van de belastingrentebeschikkingen af te wijken. De beroepen werden ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.