ECLI:NL:RBZWB:2025:4789
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond: toekenning griffierecht en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Opposant stelde beroep in tegen besluiten van 2 mei 2023 en 7 september 2023 waarin zijn Woo-verzoek niet werd behandeld en zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens vermeend misbruik van recht. De rechtbank had het beroep op 21 januari 2025 kennelijk ongegrond verklaard zonder inhoudelijke beoordeling van het griffierecht.
In het verzet oordeelt de rechtbank dat het eerdere vonnis vervalt omdat het beroep tegen het eerste besluit niet is beoordeeld, waardoor het verzet gegrond is. De procedure wordt hervat in de stand vóór de uitspraak van januari 2025. Het beroep tegen het eerste besluit is echter niet-ontvankelijk geworden door intrekking via het tweede besluit.
De rechtbank stelt vast dat opposant recht heeft op vergoeding van het betaalde griffierecht omdat het bezwaar alsnog ontvankelijk en gegrond is verklaard door intrekking van het eerste besluit. Daarnaast is de redelijke termijn voor bezwaar en beroep overschreden met circa drie maanden, waarvoor de Staat een schadevergoeding van €500 moet betalen.
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar opposant krijgt alsnog vergoeding van griffierecht en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt ingetrokken. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds op 23 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar opposant krijgt vergoeding van griffierecht en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.