Uitspraak
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in [de jeugdinrichting] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 juli 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de PIJ-maatregel voor een minderjarige veroordeelde, geboren in 2002. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen, toegewezen. De PIJ-maatregel was oorspronkelijk opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde nog steeds kampt met een gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens, waaronder ernstige ADHD en antisociale trekken, en dat er een verhoogd recidiverisico bestaat. De jeugdinrichting heeft geadviseerd om de maatregel te verlengen, omdat de veroordeelde nog niet voldoende grip heeft op zijn emoties en gedrag. Tijdens de zitting is gebleken dat de veroordeelde enige vooruitgang heeft geboekt, maar dat er nog steeds risico's zijn verbonden aan zijn gedrag. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen en de verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank heeft de termijn van de PIJ-maatregel verlengd tot 7 april 2026, met de mogelijkheid tot verdere verlenging indien nodig.