Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres](eiseres), uit [plaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres had een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd geweigerd op basis van het oordeel dat zij niet volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat het medisch oordeel onvoldoende was gemotiveerd en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen.
Het UWV liet een verzekeringsarts b&b aanvullend rapporteren, die concludeerde dat eiseres vier uur per dag belastbaar was bij licht fysiek zittend werk. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar klachten en herstelmomenten haar feitelijke belastbaarheid beperkten tot minder dan vier uur per dag.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het motiveringsgebrek niet had hersteld, omdat de verzekeringsarts b&b onvoldoende rekening had gehouden met het dagverhaal en de feitelijke werkzaamheden van eiseres. De rechtbank concludeerde dat eiseres duurzaam niet over arbeidsvermogen beschikt en derhalve recht heeft op een Wajong-uitkering vanaf de datum van aanvraag, 10 maart 2022.
Daarnaast werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij zowel het UWV als de Staat een deel van de vergoeding moeten betalen. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Eiseres krijgt met ingang van 10 maart 2022 recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.