ECLI:NL:CRVB:2017:3033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens periodieke giften als inkomen aangemerkt
In deze zaak stond de vraag centraal of periodieke giften van de vader van betrokkene aan haar dochter als inkomen moesten worden aangemerkt bij de berekening van de bijstand. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en oordeelde dat de giften niet als alimentatie, maar als ter vrije besteding gegeven middelen moesten worden beschouwd. Omdat deze giften betrekking hadden op kosten die al door de bijstand werden gedekt, achtte de Raad het terecht dat deze giften in mindering werden gebracht op de bijstand.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde op grond hiervan een terugvordering van €4.312,93 op en een maatregel van 100% van de bijstandsnorm voor een maand. Betrokkene voerde bezwaar aan, maar dit werd ongegrond verklaard. De Raad stelde vast dat betrokkene haar inlichtingenverplichting had geschonden door de giften niet te melden, wat een maatregel rechtvaardigde.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure met ruim drie maanden was overschreden, wat volledig aan het college kon worden toegerekend. De Raad kende daarom een schadevergoeding van €500 toe aan betrokkene. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: De terugvordering van €4.312,93 en een maatregel van 100% van de bijstandsnorm voor één maand worden bevestigd, met een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.