ECLI:NL:RBZWB:2025:5162
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Braber-Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Oisterwijk
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn appartement, vastgesteld op €534.000 per 1 januari 2023, en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Oisterwijk. De heffingsambtenaar had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 20 mei 2025 en beoordeelt of de uitspraak op bezwaar voldoende gemotiveerd is en of de waarde te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd, ook al is de toelichting summier. De waarde is vastgesteld met de vergelijkingsmethode aan de hand van referentiewoningen die vergelijkbaar zijn qua bouwjaar, type, gebruiksoppervlakte en ligging nabij de waardepeildatum. De rechtbank acht de gebruikte referentiewoningen geschikt, met name een appartement in hetzelfde complex dat recentelijk voor €519.000 is verkocht.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de waarde te hoog is vanwege een sterke stijging ten opzichte van voorgaande jaren en verschillen met andere appartementen in het complex. De rechtbank wijst dit af, omdat de WOZ-waarde jaarlijks wordt vastgesteld op basis van actuele marktgegevens en de verschillen met andere appartementen verklaard kunnen worden door objectverschillen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en aanslag gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €534.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.