ECLI:NL:RBZWB:2025:5163
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Braber-Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, gelegen aan een adres in Oisterwijk, met een waardepeildatum van 1 januari 2023. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €435.000 en handhaafde deze na bezwaar. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €424.000 zou moeten zijn en voerde aan dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde dat de uitspraak op bezwaar wel voldoende was gemotiveerd en dat de heffingsambtenaar de waarde had vastgesteld aan de hand van een taxatiematrix en vergelijkingsmethode met referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de verschillen tussen de appartementen niet verwaarloosbaar waren en belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van ongelijke behandeling.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en dat de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd kon blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Braber-Riemens op 6 augustus 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €435.000 blijft gehandhaafd.