ECLI:NL:RBZWB:2025:5164
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Braber-Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde vaststelling woning in Oisterwijk
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement in Oisterwijk, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €432.000 per 1 januari 2023. De rechtbank beoordeelde of de uitspraak op bezwaar voldoende was gemotiveerd en of de waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn uitspraak op bezwaar voldoende had gemotiveerd, ondanks dat deze summier was. De waarde was vastgesteld met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. De heffingsambtenaar had inzichtelijk gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen tussen de woningen.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vanwege een sterke stijging ten opzichte van voorgaande jaren en verschillen met andere appartementen in het complex. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopprijzen en omdat de verschillen tussen appartementen objectief verklaard konden worden.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €432.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.