ECLI:NL:RBZWB:2025:5178

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
11048913 MB VERZ 24-557
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. 1 onder a Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding snelheid binnen bebouwde kom

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden met een snelheid van 4 km per uur boven de toegestane limiet binnen de bebouwde kom op de Ringbaan West te Tilburg op 8 december 2023. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die de beschikking vernietigde en een proceskostenvergoeding aan de gemachtigde toekende. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.

Op de zitting van 25 juni 2025 verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De gemachtigde voerde aan dat de officier van justitie ten onrechte meerdere zaken als samenhangend heeft beschouwd, omdat er verschillende feitcodes, pleegdata en tijden zijn en er geen nagenoeg identieke werkzaamheden zijn verricht in de beroepschriften. De officier van justitie stelde daartegen dat de samenhang juist wel aanwezig is vanwege de identieke verweren en de inspanning van de gemachtigde.

De kantonrechter overwoog dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht sprake is van samenhang als beroepen gelijktijdig worden behandeld, door dezelfde gemachtigde worden gedaan en de werkzaamheden nagenoeg identiek zijn. Gelet op het gebruik van standaardtekstblokken in de beroepschriften en de nagenoeg gelijktijdige behandeling, concludeerde de kantonrechter dat sprake is van samenhang. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11048913 \ MB VERZ 24-557
CJIB-nummer : 9062 5422 6292 6475
uitspraakdatum : 25 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend aan gemachtigde. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Ringbaan West kruising Wandelboslaan te Tilburg op 8 december 2023 om 16:34 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie ten onrechte een aantal zaken als samenhangend heeft beschouwd. Er is sprake van verschillende feitcodes, pleegdata- en tijden. Gemachtigde verwijst naar een uitspraak van rechtbank Overijssel waarin geoordeeld is dat soortgelijke zaken niet als samenhangend beschouwd kunnen worden en heeft de beroep gegrond verklaard. In elk afzonderlijk dossier is aanvullend bewijsmateriaal gecreëerd vanwege de onduidelijkheid in het proces-verbaal. Er is geen nagenoeg identieke werkzaamheden verricht door gemachtigde in de verschillende beroepschriften. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Dat er sprake is van verschillende feitcodes, pleegdata- en tijden is geen reden om niet te kunnen spreken van samenhang tussen de verschillende beroepschriften. Het gaat om de inspanning die gemachtigde heeft geleverd bij het indienen van een beroepschrift. De zittingsvertegenwoordiger is van oordeel dat er wel sprake is van samenhang tussen de verschillende zaken nu gebleken is dat gemachtigde (nagenoeg) identieke (niet onderbouwde) verweren heeft gevoerd.

Overwegingen

De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 3, lid 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht er sprake is van samenhang in het geval dat:
(a) door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld;
(b) waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband; (c) en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn.
De kantonrechter overweegt dat het verlenen van rechtsbijstand door dezelfde gemachtigde niet ter discussie staat (a). De kantonrechter is van oordeel dat aan het (nagenoeg) gelijktijdig behandelen van de beroepen is voldaan (b).
De kantonrechter is daarnaast van oordeel dat er in de onderliggende zaken sprake is van (nagenoeg) identieke werkzaamheden (c). Niet is vereist dat er tussen de onderliggende verkeersboetes overeenkomsten bestaan, bijvoorbeeld dezelfde feitcode. Evenmin is vereist dat de geschilpunten in de zaken identiek zijn. De kantonrechter stelt vast dat de gemachtigde in de beroepschriften gebruik heeft gemaakt van standaard tekstblokken. De beroepschriften hebben afgezien van de naam, datum en het CJIB-nummer, een identieke inhoud.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat gemachtigde in deze zaak geen reële extra inspanning heeft geleverd ten opzichte van de andere 11 beroepen en dat de officier van justitie terecht heeft geconcludeerd dat er sprake is van samenhang.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: