ECLI:NL:RBZWB:2025:5182

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
11247598 MB VERZ 24-1325
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvolledige schouwrapporten bij verkeersboete overschrijding snelheid

Betrokkene kreeg een boete voor 17 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op de Ringbaan-West te Tilburg op 25 december 2023. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was vanwege een medische noodsituatie en omstandigheden die haast rechtvaardigden. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat niet vaststaat dat de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, omdat de schouwrapporten bij de flitspaal onvolledig waren en de aanwezigheid van handhavingsborden niet kon worden vastgesteld. Hierdoor ontbrak het noodzakelijke bewijs voor de overtreding.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €186. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en verkeersboete vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11247598 \ MB VERZ 24-1325
CJIB-nummer : 1062 5422 6321 2815
uitspraakdatum : 25 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 17 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Ringbaan-West te Tilburg op 25 december 2023 om 10:05 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene is op de pleegdatum (kerstmorgen) naar de huisartsenpost gereden voor medicijnen. Betrokkene heeft last van een ernstig zuurstof gebrek in de longen (COPD). Deze ochtend was het zuurstofgebrek bij betrokkene ernstig toegenomen en dit verklaart dan ook zijn haast om zo vlug mogelijk naar de huisartsenpost te gaan. Eenmaal aangekomen bij de huisartsenpost deelde de medewerker betrokkene mee dat het driekwartier ging duren voordat de medicijnen opgehaald konden worden. Gelet op het feit dat de echtgenote van betrokkene een hersenbloeding heeft gehad en hierdoor niet lang alleen kan zijn, is betrokkene op en neer naar huis gereden in dezelfde benauwde toestand. Als reactie op de brief van de officier van justitie waarin wordt gesteld dat het gaat om een locatie met een verhoogde kans op gevaar voor overige weggebruikers, geeft betrokkene aan dat het kerstmorgen was en er geen auto of ander vervoersmiddel op de weg reed. Ter zitting heeft betrokkene hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Vanuit het CVOM is er onderzoek gedaan naar schouwrapporten bij flitspalen. Hieruit is gebleken dat bij de flitspaal in deze zaak de handhavingsborden niet worden vermeld in het schouwrapport. Om die reden wordt verzocht om de beschikking te vernietigen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er bij de schouwrapporten sprake is van onvolledigheid. Hierdoor kan de kantonrechter niet vaststellen of er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de vermeende gedraging. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 186,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: