ECLI:NL:RBZWB:2025:5189

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
11039961 MB VERZ 24-505
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs invoegen zonder voorrang te verlenen

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het invoegen op de A58 te Tilburg zonder het andere verkeer voor te laten gaan. Betrokkene stelde dat hij deze gedraging niet had verricht en dat de verbalisant zelf geen voorrang had verleend, waardoor het opleggen van de boete onterecht was.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde, terwijl de officier van justitie werd vertegenwoordigd.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de overtreding heeft begaan. Het dossier gaf onvoldoende duidelijkheid, mede gezien de verklaring van de verbalisant en de door betrokkene aangevoerde feiten. Daarom werd de boete vernietigd, het betaalde bedrag terugbetaald en een proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11039961 \ MB VERZ 24-505
CJIB-nummer : 3062 5422 5886 6126
uitspraakdatum : 25 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: vanuit de invoegstrook invoegen op de doorgaande rijbaan zonder het andere verkeer voor te laten gaan op de A58 te Tilburg op 22 juni 2023 om 13.31 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De opgelegde feitcode is het invoegen zonder andere voertuigen voorrang te verlenen. Zoals te zien is aan de beschrijving van de verbalisant, is hij diegene geweest die betrokkene geen voorrang heeft verleend. Zodoende is het opleggen van de sanctie niet gerechtvaardigd. Onduidelijk is waarom verbalisant betrokkene een sanctie heeft opgelegd terwijl verbalisant juist diegene is geweest die geen voorrang heeft verleend aan betrokkene. Betrokkene verzoekt om vernietiging van de sanctie. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, bestaat er onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. Daarnaast is de feitcode die door verbalisant gebruikt is onduidelijk gelet op de verklaring in het zaaksoverzicht.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het dossier op dit moment onvoldoende duidelijkheid geeft, gelet ook op wat door betrokkene is aangevoerd en de verklaring van verbalisant. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 938,75

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 938,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: