Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg op 25 april 2023 een boete opgelegd voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op de autosnelweg A59 te Waspik. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de redelijke termijn van berechting, vastgesteld op twee jaar, met twee maanden was overschreden. Dit is in strijd met artikel 6 lid 1 EVRM Pro, dat het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn garandeert. De overschrijding is niet aan betrokkene of diens gemachtigde toe te rekenen.
Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten die zijn gemaakt in de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling terug te betalen. De uitspraak werd gedaan op 25 juni 2025 door kantonrechter M.A.V. van Aardenne.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden vergoed.