Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Overschrijding redelijke termijn
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets, geconstateerd op 6 juli 2022. Betrokkene voerde aan dat de scooter al sinds 2019 kapot in de schuur stond en dat deze na vakantie was geschorst, met verlenging van de schorsing in juli 2022. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van RDW-gegevens en dat de kentekenhouder verplicht is het voertuig verzekerd of geschorst te houden. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting met tien maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete verlaagd naar € 277,50 plus administratiekosten. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding van € 453,50 toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag van € 92,50 terugbetalen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 25 juni 2025 in Tilburg. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete wegens niet verzekeren bromfiets wordt met 25% gematigd en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding toegekend.