Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Tilburg op 23 juni 2022. De boete werd opgelegd zonder staandehouding, omdat de constatering plaatsvond via een monocam vanaf een viaduct. Betrokkene stelde dat ten onrechte op kenteken was bekeurd en dat er wel een reële mogelijkheid tot staandehouding was.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden verboden is. De controle via monocam en het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding rechtvaardigen de boete aan de kentekenhouder.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim elf maanden was overschreden. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.