Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een vereiste verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd door de RDW op 24 april 2023. Betrokkene stelde dat de verzekering wel was afgesloten maar per abuis niet geactiveerd, waarna deze alsnog op 28 april inging.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd, aangezien het de verantwoordelijkheid van de kentekenhouder is om te zorgen voor een geldige verzekering. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van het beroep met ruim een week was overschreden.
Daarom werd de boete met 25% gematigd en de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag als zekerheid terug te betalen. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd vanwege overschrijding redelijke termijn.