Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het plaatsen van een bromfiets op een verboden locatie op de Spoorlaan te Tilburg op 4 maart 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het beroep bij de officier ongegrond werd verklaard.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en fotobewijs, en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk maakte dat de boete onterecht was. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ruim twee maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete werd verlaagd tot €63 plus administratiekosten, en betrokkene kreeg een proceskostenvergoeding van €907 toegekend. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van €21 terug te betalen.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd tot €63 plus administratiekosten en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding toegekend.